Breukelman in Ritthem (1943-1948)

Onze vakantiebestemming van dit jaar bracht ons op Walcheren, het stukje Zeeland van Vlissingen, Veere, Domburg en Middelburg. Eén van de kleine dorpjes in de buurt van Vlissingen is Ritthem, een kerkdorp van amper zeshonderd inwoners. De naam van het dorp verwijst naar het rietland rondom de oorspronkelijke nederzetting (Rietheim).

Het kerkgebouw is nog van vóór de Reformatie, getuige de nissen bij de ingang onder de toren waarin plaats is voor heiligenbeelden. De kerk was gewijd aan Maria of Onze Lieve Vrouwe. In 1612 werd er een plaatselijke hervormde gemeente gesticht. Het huidige preekgestoelte dateert van niet lang daarna.

Preekstoel met daarvoor twee stoeltjes voor een bruidspaar later die week
Hoe het toen was

Breukelman werd door G.C. van Niftrik als predikant verbonden aan de hervormde gemeente van Ritthem. Het was zijn eerste gemeente en hij maakte er een spannende tijd mee.

‘Ds Breukelman’
(van www.dorpsraadritthem.nl). Fotograaf: Wim de Meij.

Na een week uitstel werd Breukelman op zondagochtend 21 november 1943 door Van Niftrik bevestigd als predikant in de hervormde gemeente van Ritthem. De Provinciale Zeeuwse Courant en De Zeeuw schrijven op 23 november over deze dag het volgende:

“Het was Zondag voor de Herv. gemeente van Ritthem een blijde en gewichtige dag. Na een korte vacature van ruim 2 maanden kreeg zij een eigen herder en leeraar. Des voormiddags werd cand. F. H. Breukelman als predikant bevestigd door dr. G. C. van Niftrik te Rijsburg. Zijn tekst was Romeinen 1 : 14. Na de bevestiging zong de gemeente haar nieuwen predikant toe de zegenbede uit Ps. 134:3. Aan de handoplegging nam behalve de bevestiger deel ds. L. C. Spijkerboer te Oost- en West-Souburg. Des namiddags hield ds. F. H. Breukelman zijn intrede naar aanleiding van Matth. 9:35-38. Evenals er ten tijde van Jezus’ omwandeling op aarde vele vermoeiden en verstrooiden waren, die geen herder hadden, zoo is er tot op onzen tijd toe een sterk verlangen geweest naar den eenigen leidsman der wereld, nl. Jezus Christus. Na de prediking hield ds. Breukelman de gebruikelijke toespraak. Ds. Spijkerboer sprak namens den kerkeraad, namens den ring Vlissingen en als consulent en collega. Nog werd hij toegesproken door zijn bevestiger ds. van Niftrik. Voor beide diensten was veel belangstelling, ook van buiten de gemeente.”

De notabelen van Ritthem waren, zoals in veel dorpjes van Nederland, de burgemeester, de predikant en de schoolmeester. Breukelman nam volop deel aan het kerkelijke en het maatschappelijke leven. Hij werd bijvoorbeeld benoemd tot bestuurslid van de Vereeniging voor Christelijk Lager Onderwijs van Walcheren (De Zeeuw, 14 februari 1944), hij sprak bij de dodenherdenking op Souburg in 1946 (Zeeuwsch Dagblad, 7 mei 1946) en die week daarop op een verkiezingsbijeenkomst van de afdeling Goes van de Partij van den Arbeid. De Provinciale Zeeuwse Courant (9 mei 1946) tekent op: ‘Spr[eker] zal ook als lid van de P.v.d.A. nimmer nalaten te verzekeren, dat hij gelooft in Jezus Christus.’ In het Noord-Bevelands Nieuws- en advertentieblad van 24 mei 1947 staat een aankondiging van een PvdA-bijeenkomst waar Breukelman zal spreken:

1947_pvda_breukelman

In het najaar van 1944 probeerden de geallieerden de Duitse bezetter uit de provincie Zeeland te verdrijven om zo de doorvaart naar Antwerpen veilig te kunnen stellen. De Britse luchtmacht bombardeerde de dijken op Walcheren om een zogeheten defensieve inundatie te bewerkstelligen. Het dorpje Ritthem werd een eiland, en alles, bomen, boerderijen en landerijen, werd meegesleurd en kapotgeslagen door enorme waterstromen.Walcheren, november 1944.

In de Teleac-cursus Bijbellezen op ’n nieuwe manier (1978) komt Breukelman te spreken over deze gebeurtenis, naar aanleiding van tohoe wabohoe (Gen 1:2, ‘woest en ledig’). Volgens hem is het een typisch voorbeeld van de woest-en-ledigheid die door Gods scheppend handelen wordt teruggedrongen en tenietgedaan:

“God wendt het af, hij laat het achter zich, en wij met God mede mogen alle tohoe wabohoe achter ons laten.”

Vanwege de inundatie kon Breukelman zijn predikantschap niet langer ter plaatse uitoefenen. Hij werd geëvacueerd naar de nabijgelegen stad Veere en oefende daar gedurende enkele maanden het predikantschap uit (Provinciale Zeeuwse Courant, 26 april 1946). In september 1945 keerde hij weer terug naar Ritthem. Tot 4 januari 1947 bleef hij daar predikant. Op de kansel van de kerk lag destijds, net als op bijna alle kansels in Nederland, de Statenvertaling.

Kanselbijbel onder glasplaat, opengeslagen bij Jesaja 7 en 8

In de studeerkamer van de Ritthemse pastorie moeten de eerste contouren zichtbaar zijn geworden van zijn latere Bijbelse theologie. Breukelman zag zich geconfronteerd met ‘problemen met de prediking’ (interview De Tijd, 1980) of het probleem van ‘het functioneren van de Schrift in prediking en pastoraat’ (interview Trouw, 1980). Door veel studie trachtte hij die problemen te overwinnen.

De Duitse theoloog Horst Dzubba herinnert zich een preek over Psalm 103 die Breukelman vanaf de Ritthemse kansel hield: ‘Die Predigt von Pastor Breukelman währte eine Stunde: Es war so, als sei man zu Tisch geladen und bekäme ein stärkendes Gericht nach dem anderen gereicht … Der Schleier, der alles Leben verhüllt, schien fortgenommen; das wahre Leben trat hervor … Und doch war der Redner kein glänzender Kanzelredner – wie gut, daß er es nicht war! und auch kein Zauberer des Wortes; aber er glühte und teilte aus.’ (Dzubba, ‘Gott hat seinen Thron im Himmel errichtet. Ein Brief aus Holland’, Unterwegs 5 (1951), 258)

Hoe het nu is

Een vriendelijke koster verwelkomde ons op een vroege zomermorgen bij haar thuis. Samen liepen we naar de kerk. Ze vertelde dat ze had nagevraagd of er in de gemeente nog iemand was die onder de bediening van Breukelman gezeten had. Maar de enige die daar nog iets van kon weten, was kort daarvoor juist overleden…

Predikantenborden in de consistoriekamer

 

De hervormde gemeente zal nooit heel groot geweest zijn, getuige de omvang van de kerkzaal, waar met veel passen en meten hooguit 150 mensen passen. De financiële omstandigheden van de gemeente zijn nooit erg gunstig geweest. Al in de jaren ’20 van de vorige eeuw moest in verband met een restauratie al een beroep gedaan worden op het Fonds voor noodlijdende kerken. Op 19 januari 1976 vertrok de laatste hervormde predikant uit de Ritthemse pastorie. Voortaan werd er samen met het buurtdorp Sint Joosland (op 4 kilometer afstand) een predikant beroepen. De pastorie werd afgebroken.

In de loop van de laatste decennia is de toestand van de gemeente zorgelijk geworden. Op papier zijn er nog zo’n 160 mensen lid, de meesten daarvan inmiddels op leeftijd gekomen. De gemeente is niet meer in staat een eigen predikant te onderhouden. De samenwerking met Nieuw- en Sint Joosland is nu zodanig, dat er niet alleen een (deeltijd)predikant gedeeld wordt, maar ook de kerkdiensten samen worden gehouden, de ene week in Ritthem, de andere week in Nieuw- en Sint Joosland. Het is echter niet ondenkbaar dat er binnen afzienbare tijd geen reguliere kerkdiensten meer gehouden zullen worden in Ritthem.

Hoe de theologische ligging van de gemeente in de dagen van Breukelman geweest is, weet ik niet. Dat de gemeente naar preken van een uur kon luisteren, doet vermoeden dat er sprake was van een traditionele Zeeuwse gereformeerde inslag. Tegenwoordig is de gemeente wat ze wel ‘oecumenisch-protestants’ noemen. De gereformeerden gaan naar een Gereformeerde Gemeente of een GGiN in de buurt. De belangrijkste verschillen met vroeger: van twee diensten ging men naar één dienst per zondag; sinds 1976 kent de gemeente vrouwelijke ambtsdragers; en sinds enige tijd wordt er uit het nieuwe Liedboek gezongen.

De Statenbijbel op de kansel doet geen dienst meer. In plaats daarvan ligt er een Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

Het is maar goed dat Breukelman dat niet meer meegemaakt heeft…

 

 

 

 

 

Pelgrimage naar Safenwil

Op onze reis naar Italië hebben mijn vrouw en ik een bezoek gebracht aan Safenwil, de plaats waar Karl Barth tussen 1911 en 1921 als gemeentepredikant werkzaam is geweest.

img_0513

Aan het kerkje waarin hij heeft gepreekt is de afgelopen honderd jaar veel veranderd. De kansel is eruit gesloopt en heeft plaatsgemaakt voor een liturgisch centrum met katheder. Ook is er een nieuw orgel geplaatst.

img_0511

Het kerkbezoek was wat aan de lage kant tegenwoordig, zo vertelde ons één van de twee huidige predikanten. Tja.

Wat nooit zo tot mij was doorgedrongen, is dat Safenwil echt een alpendorpje is. Het kerkje ligt vrij hoog op een berg en achter de kerk stonden een paar koeien met een karakteristieke bel om de hals.

img_0505img_0503

 

 

 

 

 

 

 

In de voormalige pastorie, waar Barth met zijn gezin gewoond heeft, is een Karl Barth-kamertje ingericht. Zoals dat hoort bij een pelgrimsoord zijn er allerlei relikwieën te vinden, zoals de oude schrijftafel van Barth en de aktetas waarin ooit de Barmer Thesen hebben gezeten.

img_0517

img_0516

 

 

 

 

 

 

Vaak wordt de Stube niet bezocht. Misschien iets voor de volgende zomer?

De Tweede Fase

2016-07-09-KRK2-pthu-4-FC-V-webVanochtend en vanmiddag heb ik met Rinse Reeling Brouwer een voortgangsgesprek gehad. Op twee manieren markeerde het de afsluiting van een tijdperk.

1. Het einde van de eerste fase

In de eerste plaats konden we vaststellen dat ik vrijwel alle voorwerk voor het proefschrift uitgevoerd heb. Het komt er als volgt uit te zien:


“Bij het begin beginnen”

  • Inleiding + biografie Breukelman
  1. De Bijbelse theologie van Breukelman
  2. Breukelman en Barth – de bijdrage van Breukelman aan de Systematische Theologie
  3. Breukelman en bevinding – de bijdrage van Breukelman aan de kerk
  4. Breukelman en de Amsterdamse School – de bijdrage van Breukelman aan de Bijbelwetenschappen
  • Conclusie, evaluatie, vragen voor nader onderzoek

Vier deelonderzoeken dus, die nu alle uitgevoerd zijn. Mijn bevindingen van deelonderzoek 2 en 4 zijn al ergens gepubliceerd:

  • G. van Zanden, ‘”I forgave you all that debt…” Breukelman’s Explanation of the Parable of the Unforgiving Servant (Mt 18:23-35) Compared with Barth’s Doctrine of Substitution’, Zeitschrift für dialektische Theologie 32/1 (2016), 136-162.
  • G. van Zanden, ‘De Bijbelse theologie van Frans Breukelman in Amsterdamse context’, in: Amsterdamse Cahiers voor de Exegese van de Bijbel en zijn Tradities 30 (2015), 37-52.

Nu mikken Rinse en ik erop om ook 1 en 3 geplaatst te krijgen. Met vier gepeerreviewde artikelen zou mijn proefschrift moeten staan als een huis.

2. Het einde van mijn aanstelling

De drie jaren halftijdsaanstelling aan de PThU zitten erop. Per 1 september ben ik buitenpromovendus en ga ik weer voor 70% van de volledige werktijd als predikant werken in Pesse. Dat er zicht is op voltooiing maakt dat werkbaar. Binnen een jaar moet het toch wel af te ronden zijn? Toch?

Eerst ga ik alle materiaal bundelen en toesturen aan Klaas Spronk, mijn tweede begeleider. En dan vrolijk verder timmeren aan de weg die mij ‘geleerd’ moet maken.

Onvoorziene omstandigheden

Zoals u kunt lezen in het voorgaande bericht, zou ik in het weekend na de Paasdagen naar Praag gaan om een paper te presenteren over Breukelmans interpretatie van Genesis 27.

Daar is niets van terecht gekomen. Op 29 maart werd er namelijk een zoontje geboren: Abel.

DSC01689

Abel, onze ‘eersteling’, die misschien ook wel de ‘gezegende’ zal blijken te zijn. Gelukkig was professor Klaas Spronk zo vriendelijk om, terwijl ik in Pesse tussen de luiers zat, in Praag mijn bevindingen aan het internationale genootschap te presenteren. Voor de geïnteresseerde hier een Nederlandstalige versie van mijn paper: ‘Jakob kruipt in Ezaus huid. Genesis 27 uitgelegd door Frans Breukelman.‘ Ik heb onder andere gebruik gemaakt van deze bronnen:

Praag 2016

praag2016In de week na Pasen wordt traditiegetrouw het Colloquium Biblicum georganiseerd in Praag. Dit jaar voor de 24e keer. En ik mag opnieuw van de partij zijn!

Maar er wordt wel een bijdrage van mijn hand verwacht. Dit jaar staat Genesis 27 centraal, het verhaal over Jacob die zijn broer Esau bedriegt. Ik heb eens gekeken wat Breukelman hierover zoal geschreven heeft. Je zou verwachten dat dat eindeloos veel materiaal zou opleveren, maar dat valt enorm tegen. Mijn eigen tekstplaatsenregister vindt niet meer dan 5 plaatsen in de banden Bijbelse Theologie. In het Breukelmanarchief had ik meer succes. Onder mapnummer i060 bevinden zich een vertaling en preeknotities over Genesis 27:1-40 en twee folio’s met enkele algemene overwegingen bij Genesis 25, 27 en 29. Voor de liefhebber: de archiefstukken zijn in te zien onder > Het archief.

Als werktitel heb ik opgegeven: ‘Jakob schlüpft in Esaus Haut. Frans Breukelmans Erklärung von Genesis 27’, vanwege het slot van Breukelmans preek over Genesis 27 uit 1961:

Jacob –Israël!
Het zal Góds dààd zijn door welke Jacob Israel zal wezen. Dit is niet een mogelijkheid van hem zelf. Hij zelf weet niet beter te doen dan …
in de huid van Esau te kruipen,
te geloven in de voorsprong der natuur
om zó juist prijs te geven wat hij redden wil: de voorsprong der genade, die hij niet verwérven kan omdat het hem geschonken is.
Amen.

Breukelman over ‘themadiensten’

Themadienst-2015-05-17_A[1]Ze zijn niet meer weg te denken in de meeste protestantse kerken: de ‘themadiensten’. Geen Bijbeltekst die centraal staat, maar een thema dat de (jongeren in de) gemeente bezighoudt of vermoedelijk bezighoudt.

Breukelman in een interview uit 1980:

“Ja, je kunt nu wel zeggen: wat zit ie toch steeds tegen die roomsen te foeteren, maar je kunt zelf zien hoe bar het in de romana [de Rooms-Katholieke Kerk] is met die themadiensten bijvoorbeeld. Dat is zo willekeurig· en eigenmachtig als je je maar kunt denken. In plaats dat men de Schrift openslaat en de Schrift laat spreken, zegt men: wij vinden dat en dat thema nou belangrijk en daar gaan we het nou eens over hebben. En nou schijnen ze het daar in de bijbel ook over te hebben.
Nou nou nou, zo mag je niet omgaan met de Schrift. Je moet de Schrift la-ten uitspreken· en dan maar afwachten wat er gaat gebeuren en voor welke verrassingen je komt te staan en hoe bevrijdend dat is.”
– ‘Wat dat betreft zou ik graag rooms worden, dan heb je tenminste maar één paus’, De Tijd (24 oktober 1980), 46–51: 50

Laat het onze (protestantse!) jeugddienst- en evangelisatiedienstcommissies maar niet horen!