Categorie archief: Geen categorie

Breukelman in Ritthem (1943-1948)

Onze vakantiebestemming van dit jaar bracht ons op Walcheren, het stukje Zeeland van Vlissingen, Veere, Domburg en Middelburg. Eén van de kleine dorpjes in de buurt van Vlissingen is Ritthem, een kerkdorp van amper zeshonderd inwoners. De naam van het dorp verwijst naar het rietland rondom de oorspronkelijke nederzetting (Rietheim).

Het kerkgebouw is nog van vóór de Reformatie, getuige de nissen bij de ingang onder de toren waarin plaats is voor heiligenbeelden. De kerk was gewijd aan Maria of Onze Lieve Vrouwe. In 1612 werd er een plaatselijke hervormde gemeente gesticht. Het huidige preekgestoelte dateert van niet lang daarna.

Preekstoel met daarvoor twee stoeltjes voor een bruidspaar later die week
Hoe het toen was

Breukelman werd door G.C. van Niftrik als predikant verbonden aan de hervormde gemeente van Ritthem. Het was zijn eerste gemeente en hij maakte er een spannende tijd mee.

‘Ds Breukelman’
(van www.dorpsraadritthem.nl). Fotograaf: Wim de Meij.

Na een week uitstel werd Breukelman op zondagochtend 21 november 1943 door Van Niftrik bevestigd als predikant in de hervormde gemeente van Ritthem. De Provinciale Zeeuwse Courant en De Zeeuw schrijven op 23 november over deze dag het volgende:

“Het was Zondag voor de Herv. gemeente van Ritthem een blijde en gewichtige dag. Na een korte vacature van ruim 2 maanden kreeg zij een eigen herder en leeraar. Des voormiddags werd cand. F. H. Breukelman als predikant bevestigd door dr. G. C. van Niftrik te Rijsburg. Zijn tekst was Romeinen 1 : 14. Na de bevestiging zong de gemeente haar nieuwen predikant toe de zegenbede uit Ps. 134:3. Aan de handoplegging nam behalve de bevestiger deel ds. L. C. Spijkerboer te Oost- en West-Souburg. Des namiddags hield ds. F. H. Breukelman zijn intrede naar aanleiding van Matth. 9:35-38. Evenals er ten tijde van Jezus’ omwandeling op aarde vele vermoeiden en verstrooiden waren, die geen herder hadden, zoo is er tot op onzen tijd toe een sterk verlangen geweest naar den eenigen leidsman der wereld, nl. Jezus Christus. Na de prediking hield ds. Breukelman de gebruikelijke toespraak. Ds. Spijkerboer sprak namens den kerkeraad, namens den ring Vlissingen en als consulent en collega. Nog werd hij toegesproken door zijn bevestiger ds. van Niftrik. Voor beide diensten was veel belangstelling, ook van buiten de gemeente.”

De notabelen van Ritthem waren, zoals in veel dorpjes van Nederland, de burgemeester, de predikant en de schoolmeester. Breukelman nam volop deel aan het kerkelijke en het maatschappelijke leven. Hij werd bijvoorbeeld benoemd tot bestuurslid van de Vereeniging voor Christelijk Lager Onderwijs van Walcheren (De Zeeuw, 14 februari 1944), hij sprak bij de dodenherdenking op Souburg in 1946 (Zeeuwsch Dagblad, 7 mei 1946) en die week daarop op een verkiezingsbijeenkomst van de afdeling Goes van de Partij van den Arbeid. De Provinciale Zeeuwse Courant (9 mei 1946) tekent op: ‘Spr[eker] zal ook als lid van de P.v.d.A. nimmer nalaten te verzekeren, dat hij gelooft in Jezus Christus.’ In het Noord-Bevelands Nieuws- en advertentieblad van 24 mei 1947 staat een aankondiging van een PvdA-bijeenkomst waar Breukelman zal spreken:

1947_pvda_breukelman

In het najaar van 1944 probeerden de geallieerden de Duitse bezetter uit de provincie Zeeland te verdrijven om zo de doorvaart naar Antwerpen veilig te kunnen stellen. De Britse luchtmacht bombardeerde de dijken op Walcheren om een zogeheten defensieve inundatie te bewerkstelligen. Het dorpje Ritthem werd een eiland, en alles, bomen, boerderijen en landerijen, werd meegesleurd en kapotgeslagen door enorme waterstromen.Walcheren, november 1944.

In de Teleac-cursus Bijbellezen op ’n nieuwe manier (1978) komt Breukelman te spreken over deze gebeurtenis, naar aanleiding van tohoe wabohoe (Gen 1:2, ‘woest en ledig’). Volgens hem is het een typisch voorbeeld van de woest-en-ledigheid die door Gods scheppend handelen wordt teruggedrongen en tenietgedaan:

“God wendt het af, hij laat het achter zich, en wij met God mede mogen alle tohoe wabohoe achter ons laten.”

Vanwege de inundatie kon Breukelman zijn predikantschap niet langer ter plaatse uitoefenen. Hij werd geëvacueerd naar de nabijgelegen stad Veere en oefende daar gedurende enkele maanden het predikantschap uit (Provinciale Zeeuwse Courant, 26 april 1946). In september 1945 keerde hij weer terug naar Ritthem. Tot 4 januari 1947 bleef hij daar predikant. Op de kansel van de kerk lag destijds, net als op bijna alle kansels in Nederland, de Statenvertaling.

Kanselbijbel onder glasplaat, opengeslagen bij Jesaja 7 en 8

In de studeerkamer van de Ritthemse pastorie moeten de eerste contouren zichtbaar zijn geworden van zijn latere Bijbelse theologie. Breukelman zag zich geconfronteerd met ‘problemen met de prediking’ (interview De Tijd, 1980) of het probleem van ‘het functioneren van de Schrift in prediking en pastoraat’ (interview Trouw, 1980). Door veel studie trachtte hij die problemen te overwinnen.

De Duitse theoloog Horst Dzubba herinnert zich een preek over Psalm 103 die Breukelman vanaf de Ritthemse kansel hield: ‘Die Predigt von Pastor Breukelman währte eine Stunde: Es war so, als sei man zu Tisch geladen und bekäme ein stärkendes Gericht nach dem anderen gereicht … Der Schleier, der alles Leben verhüllt, schien fortgenommen; das wahre Leben trat hervor … Und doch war der Redner kein glänzender Kanzelredner – wie gut, daß er es nicht war! und auch kein Zauberer des Wortes; aber er glühte und teilte aus.’ (Dzubba, ‘Gott hat seinen Thron im Himmel errichtet. Ein Brief aus Holland’, Unterwegs 5 (1951), 258)

Hoe het nu is

Een vriendelijke koster verwelkomde ons op een vroege zomermorgen bij haar thuis. Samen liepen we naar de kerk. Ze vertelde dat ze had nagevraagd of er in de gemeente nog iemand was die onder de bediening van Breukelman gezeten had. Maar de enige die daar nog iets van kon weten, was kort daarvoor juist overleden…

Predikantenborden in de consistoriekamer

 

De hervormde gemeente zal nooit heel groot geweest zijn, getuige de omvang van de kerkzaal, waar met veel passen en meten hooguit 150 mensen passen. De financiële omstandigheden van de gemeente zijn nooit erg gunstig geweest. Al in de jaren ’20 van de vorige eeuw moest in verband met een restauratie al een beroep gedaan worden op het Fonds voor noodlijdende kerken. Op 19 januari 1976 vertrok de laatste hervormde predikant uit de Ritthemse pastorie. Voortaan werd er samen met het buurtdorp Sint Joosland (op 4 kilometer afstand) een predikant beroepen. De pastorie werd afgebroken.

In de loop van de laatste decennia is de toestand van de gemeente zorgelijk geworden. Op papier zijn er nog zo’n 160 mensen lid, de meesten daarvan inmiddels op leeftijd gekomen. De gemeente is niet meer in staat een eigen predikant te onderhouden. De samenwerking met Nieuw- en Sint Joosland is nu zodanig, dat er niet alleen een (deeltijd)predikant gedeeld wordt, maar ook de kerkdiensten samen worden gehouden, de ene week in Ritthem, de andere week in Nieuw- en Sint Joosland. Het is echter niet ondenkbaar dat er binnen afzienbare tijd geen reguliere kerkdiensten meer gehouden zullen worden in Ritthem.

Hoe de theologische ligging van de gemeente in de dagen van Breukelman geweest is, weet ik niet. Dat de gemeente naar preken van een uur kon luisteren, doet vermoeden dat er sprake was van een traditionele Zeeuwse gereformeerde inslag. Tegenwoordig is de gemeente wat ze wel ‘oecumenisch-protestants’ noemen. De gereformeerden gaan naar een Gereformeerde Gemeente of een GGiN in de buurt. De belangrijkste verschillen met vroeger: van twee diensten ging men naar één dienst per zondag; sinds 1976 kent de gemeente vrouwelijke ambtsdragers; en sinds enige tijd wordt er uit het nieuwe Liedboek gezongen.

De Statenbijbel op de kansel doet geen dienst meer. In plaats daarvan ligt er een Nieuwe Bijbelvertaling (2004).

Het is maar goed dat Breukelman dat niet meer meegemaakt heeft…

 

 

 

 

 

Pelgrimage naar Safenwil

Op onze reis naar Italië hebben mijn vrouw en ik een bezoek gebracht aan Safenwil, de plaats waar Karl Barth tussen 1911 en 1921 als gemeentepredikant werkzaam is geweest.

img_0513

Aan het kerkje waarin hij heeft gepreekt is de afgelopen honderd jaar veel veranderd. De kansel is eruit gesloopt en heeft plaatsgemaakt voor een liturgisch centrum met katheder. Ook is er een nieuw orgel geplaatst.

img_0511

Het kerkbezoek was wat aan de lage kant tegenwoordig, zo vertelde ons één van de twee huidige predikanten. Tja.

Wat nooit zo tot mij was doorgedrongen, is dat Safenwil echt een alpendorpje is. Het kerkje ligt vrij hoog op een berg en achter de kerk stonden een paar koeien met een karakteristieke bel om de hals.

img_0505img_0503

 

 

 

 

 

 

 

In de voormalige pastorie, waar Barth met zijn gezin gewoond heeft, is een Karl Barth-kamertje ingericht. Zoals dat hoort bij een pelgrimsoord zijn er allerlei relikwieën te vinden, zoals de oude schrijftafel van Barth en de aktetas waarin ooit de Barmer Thesen hebben gezeten.

img_0517

img_0516

 

 

 

 

 

 

Vaak wordt de Stube niet bezocht. Misschien iets voor de volgende zomer?

Princeton – woensdag 26/8 (finale)

Woensdag, de laatste dag!

Twee interessante papers stonden er nog op het programma, voordat we weer terug zouden vliegen.

Ten eerste bood Kate Sonderegger een analyse van KD IV/3.1, §69.3 ‘Jesus ist Sieger!’ in een prachtig paper, waarbij ze concludeerde: ‘The history of Christ’s Triumph does not seem to me quite anchored in the history I know and live within; it does not seem quite of ‘the earth, earthy’. But this is the Act and Aim of the Man of Heaven, the Last Adam, and His ways to us are strange; but we may say in thanksgiving, His Victory is sure.’ – en precies dat riep in de discussie de meeste weerstand én de meeste waardering op.

Benno van den Toren sloot de conferentie met een paper dat, in mijn beleving, de meest levendige discussie opriep. Hij benaderde dezelfde paragraaf (69.3) vanuit een historische vergelijking met een bezoek van Barth aan Christoph Blumhardt in 1915 (!) en hoe hij daarover schrijft in Die protestantische Theologie des 19. Jahrhundert (1947) – en hoe men in Afrika omgaat met demonen en andere kwade machten die invloed uitoefenen op een mensenleven. In de discussie legde McCormack Van den Toren het vuur aan de schenen: geloof je in die machten, zonder ze psychologisch weg te redeneren? Er kwam een ‘ja’ onder voorbehoud uit, vanwege wat Van den Toren heeft meegemaakt tijdens zijn werk in Afrika. Het zette mij eens te meer aan het denken: in hoeverre bepaald ons (mijn!) wereldbeeld mijn denken en beleven van God en Zijn daden?


Er valt nog zoveel te schrijven, over de nare vliegtuigstoelen en over de ontroering bij het weerzien van Eef na een klein weekje afwezigheid. Ik zal het u besparen.

Ik heb de tijd van mijn leven gehad, daar aan de andere kant van de wereld. Inmiddels heb ik in de Janskerk van Utrecht alweer de opening van het academisch jaar mogen beleven – en ik heb er weer zin in! Ik ben mijn collega’s – die ik op deze reis écht heb mogen beleven als collega’s! – erkentelijk voor hun openheid en hun toestemming om één en ander hier met de wereld te delen. Rest mij nog enkele foto’s te delen:

SAMSUNG
‘Des Menschen Hochmut und Fall’
SAMSUNG
Theologen in Princeton
SAMSUNG
Christophe Chalamet, Benno van den Toren, Bruce McCormack (achter waterfles en KD/CD)
SAMSUNG
Tijd voor Taart
SAMSUNG
Benno presenteert zijn paper
SAMSUNG
… ja. Zó lekker en zó ongezond.
Gemaakt op het vliegveld door Markus Matthias. Hij gaf er het onderschrift aan uit Efeziërs 5:15f: “Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen. Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.” Laten we eerlijk zijn: wat heeft een theoloog in een vliegtuig méér nodig dan KD IV/1?

Princeton – dinsdag 25/8

Vandaag weer een dag met twee sessies. Centraal stonden KD IV/2 en KD IV/3.1.

Session IV: KD IV/2, §64.3 ‘The Royal Man’

De dag begon met een paper van Rinse Reeling Brouwer (ik had het van tevoren al mogen lezen): ‘The Royal Man. Some Hermeneutical, Dogmatic, Biblical Theological and Contextual Remarks’. Het paper bestond, zoals uit de ondertitel al op te maken viel, uit vier onderdelen:

  1. De hermeneutische vraag van de toegang tot Jezus,
  2. ‘The Royal Man’ in verhouding tot het geheel van KD IV/2,
  3. Het verschillende beeld van Jezus die de vier evangelisten hebben,
  4. De contextuele vraag naar wat het eigenlijk betekent om ‘waarlijk mens’ te zijn.

Vooral het derde en vierde punt kregen veel aandacht in de discussie. Hoe moeten we ons ‘koninklijk menszijn’ voorstellen? Allemaal kleine koninkjes en koninginnetjes in hun eigen soevereine vrijheid? Dat klinkt wel erg bourgeois – en dat was nu juist Barths eigen kritiek geweest op de Leben-Jesu-Forschung! Het is Barth natuurlijk te doen om vrijheid in dienstbaarheid, maar het valt niet mee om je voor te stellen hoe dat eruit kan zien in het leven van alledag.

Kaltwasser%20-%20photo%20by%20Kim%20Schmidt[1]Cambria Kaltwasser, een PhD-studente die studeert bij George Hunsinger, had boven haar paper gezet: ‘The Omnipotence of Mercy: Jesus’ Miracles as the Light of Grace in §64.3 “The Royal Man”‘. Het paper gaf uitgebreid het gedeelte van §64.3 weer dat over de wonderen van Jezus gaat. Barth wil geen scherp onderscheid aanbrengen tussen ‘natuurlijk’ en ‘bovennatuurlijk’, want dat suggereert een te groot onderscheid tussen Jezus’ (natuurlijke?) wonderlijke woorden en zijn (bovennatuurlijke?) wonderlijke daden. De belangrijkste vraag uit de groep ging over hoe Barth het ‘profetische ambt’ van Christus hier invult. Kate Sonderegger: waarom probeert Barth de wonderen van Jezus niet aan te duiden als een vervulling van de oudtestamentische profetieën? Benno van der Toren vroeg naar wat de ‘kosmische dimensie’ van Jezus’ wonderwerken zou kunnen inhouden – maar daarop moest de groep het antwoord schuldig blijven.

Bruce McCormack constateerde verheugd dat er tot nu toe bij alle papers een discussie had plaatsgevonden over de verhouding tussen exegese en dogmatiek – en die verheuging deel ik geheel en al met hem!

Session V: KD IV/3.1, §69.2 ‘The Light of Life’

Ik herinner me van een Barthianum dat deze paragraaf veel discussie opriep. In hoeverre kan er bij Barth sprake zijn van ‘lichten’ in de wereld naast – of buiten – het ene Licht der wereld? Opnieuw twee papers.

Het eerste werd gepresenteerd door Jan Muis: ‘Barth on Christ as Prophet’. Na een analyse van Barths beschrijvingen van het profetisch ambt van Christus problematiseerde hij een aantal aspecten daarvan. Zijn voornaamste kritische vragen was: waarom wordt volgens Barth over Christus alleen getuigd door Christus zélf, en niet door de Vader en de Geest? Muis vindt bovendien dat zowel de Heilige Geest als het komende Koninkrijk er bij Barth wel erg bekaaid vanaf komen: de Geest als een soort ‘kracht van Christus’ en niet veel meer dan dat (zouden we niet beter spreken van ‘two interrelated actors, Christ and the Spirit’?); en de verkondiging van het Koninkrijk, de inhoud van de profetie, krijgt weinig vorm bij Barth. Markus Matthias vroeg zich in de vragenronde af of het denkbaar is om de Heilige Geest buiten Christus te ontmoeten, waarop Muis reageerde dat het aspect van ‘ontmoeten’ op de derde Persoon van de triniteit niet van toepassing kan zijn.

In de pauze hebben we een groepsfoto gemaakt tegen de achtergrond van een gedeelte van het Bartharchief:

Processed with VSCOcam with m5 preset
V.l.n.r. Gerard van Zanden, Markus Matthias, Jan Muis, Jeff Skaff, Kait Dugan, Rinse Reeling Brouwer, Cambria Kaltwasser, David Chao, Kate Sonderegger, Bruce McCormack, Benno van den Toren, Christophe Chalamet

Zo te zien moet ik nog wat werken aan mijn Amerikaanse glimlach.

Ten slotte presenteerde PhD-student Jeff Skaff zijn paper: ‘Karl Barth’s Dual Account of Truth Outside the Church in Church Dogmatics §69.2′. Hij besprak het verschil tussen Barths leer van de waarheid buiten de kerk en natuurlijke theologie, en benadrukte daarbij het belang van het onderscheid tussen Barths twee behandelingen van de waarheid buiten de kerk: eerst bespreekt Barth de waarheid buiten de kerk in het domein van de verzoening (‘seculiere gelijkenissen’), en daarna spreekt hij over de waarheid buiten de kerk in het domein van de schepping (natuurlijke lichten). In de discussie bleef een interessante vraag van Benno van den Toren helaas onbeantwoord: was zou het oecumenisch potentieel zijn van Barths Lichterlehre?

American Dinner

img-large-burger[1]Na al dit theologische geweld was het tijd voor bier en Amerikaans eten. Bij Winberie’s waagden David Chao en ik ons aan een enorme steak, waar een enkele niet bij namen te noemen Nederlandse professor zich stortte op een enorme Amerikaanse hamburger en die nog bijna op kreeg ook. Na het diner hebben enkelen nog een ijsje gegeten bij de klaarblijkelijk immens populaire Halo Pub, waar buiten al een lange rij stond te wachten op de felbegeerde ijsbolletjes. Na dagen van overeating heb ik deze lekkernij maar even aan mij voorbij laten gaan – waarop ik nota bene door mijn eigen gereformeerde collega’s werd uitgemaakt voor calvinist!

Princeton – maandag 24/8

Weer werden we te vroeg wakker (rond de klok van 05:00 uur), maar we hebben ontdekt dat dat geen probleem is, als je ’s avonds maar op tijd naar bed gaat. Die avond ervoor kreeg ik rond 21:00 uur, na een pagina of twee van de KD, al extreem zware oogleden. En dat lag niet aan de stof (§60, ‘Des Menschen Hochmut und Fall’)!

Amerikaans ontbijt

De vorige dagen moesten we zelf ergens eetgelegenheid zoeken – van het Princeton Theological Seminary (PTS) hadden we een mooie ‘meal stipend’ gekregen van 95 dollar – maar nu konden we terecht in de Dining Commons van de faculteit. Ook hier troffen we ons in Amerikaanse omstandigheden aan. Er staat een frisdrankautomaat met minstens vijftien soorten frisdrank en ze serveren er alles wat je maagje begeert: donuts in allerlei kleuren en soorten, frietjes, hamburgers, worst en kipnuggets. Gelukkig voor de zelfbewuste Nederlander trof men er, na goed zoeken, ook salade en yoghurt en muesli aan.

Session II: KD IV/1, §59.2 ‘The Judge judged in our place’

U zult wel denken: gaan die jongens ooit nog aan het werk? Jazeker wel! In de ochtend hebben we in een sessie van vier uur twee papers besproken: die van David Chao en mijn eigen paper. Centraal stond KD §59.2: ‘The Judge judged in our place’.

Chao%20-%20photo%20by%20Kim%20Schmidt[1]David Chao, een PhD-student van PTS, had boven zijn paper gezet: ‘The Divine Power and Human Obedience of the Son Who Takes Away the Sin of the World’. Hij besprak in grote lijnen de inhoud van de paragraaf met het oog op de kritische vragen die Thomas Joseph White had geleverd op Barth’s christologie in zijn verdediging van de christologie van Thomas van Aquino:

  • is Barths Redder wel ‘goddelijk’ of ‘bovennatuurlijk’ genoeg om te kunnen redden?
  • speelt (anderzijds) de menselijke kant van Jezus Christus wel een rol van betekenis?

David liep met ons de paragraaf door en concludeerde dat het bij Barth wel degelijk de kracht van God is die verzoening teweeg brengt, en dat er ook bij Barth sprake is van een ‘instrumental, efficient causality’ van Christus’ menselijk handelen, in de vorm van gehoorzaamheid.

En toen, na de koffiepauze, was ik zelf aan de beurt. Boven mijn paper had ik geschreven ‘”I forgave you all that debt” Breukelman’s Explanation of the Parable of the Unforgiving Servant (Mt 18:23-35) Compared with Barth’s Doctrine of Substitution.’ Het bestaat grofweg uit drie delen: (1) een weergave van Breukelmans uitleg van de gelijkenis, (2) een vergelijking met KD IV/1, §59.2, en (3) een uitwerking van twee punten van verschil tussen beide – wellicht had Barth nog iets kunnen leren van Breukelman.

De discussie na afloop was heel leerzaam en ik zal mijn paper nog wat moeten bijschaven op een aantal punten. Zo beweer ik bijvoorbeeld dat je verschillende metafoorgroepen niet zomaar kunt scheiden van elkaar en bedoel dat als kritiek op Barth, maar Barth kiest (aldus McCormack) bewust één centraal beeld, namelijk dat van de rechtspraak, en integreert daarin ook bijvoorbeeld cultische beeldtaal. Kate Sonderegger dacht hardop na over de reden waarom we bij Barth na 1925 de gelijkenis niet meer aantreffen. Misschien omdat de schuld van 10.000 talenten teveel zou lijken op een kwantitatief gegeven? We hadden niet veel tijd om diep op deze zaken in te gaan, maar het leverde genoeg denkstof op om aan de omwerking naar een tijdschriftartikel te beginnen.

Wat ook bleek, eens te meer: voor Amerikanen is het volstrekt onmogelijk om mijn naam uit te spreken.

Session III: KD IV/1, §64.2 ‘The Homecoming of the Son of Man’

Na de lunch was de beurt aan Matthias en McCormack. Markus Matthias bracht enkele punten van kritiek in op Barths leer van de unio personalis van Christus, dus hoe de menselijke natuur van Christus zich verhoudt tot Zijn goddelijke. Matthias’ hoofdpunt van kritiek betrof Barths weergave van de Lutherse orthodoxie. Barth heeft, volgens hem, te selectief gelezen en daardoor is er een vertekend en eenzijdig beeld ontstaan. Dat beeld werd door Reeling Brouwer en McCormack wat bijgesteld in de discussie. Een interessant discussiepunt betrof het spreken over veranderlijkheid van God: verandert er werkelijk iets in God op het moment van de incarnatie? Markus verdedigde van wel: er is sprake van een voortdurend proces van ‘mutual self-giving’ tussen de menselijke en goddelijke natuur van Christus. Voor de liefhebber van klassieke christologie was het smullen. Alles kwam voorbij: het genus tapeinoticon en het genus majestaticum, de en-/anhypostasis, de communicatio idiomatum/gratiarum/naturarum, de status exaltationis/exinanitionis… anderzijds was het voor een niet-ingewijde in de finesses van de incarnatieleer bepaald niet gemakkelijk om alles goed te volgen.

Bruce McCormack had een paper geschreven over ‘actualisme’: ‘”We have ‘actualized’ the doctrine of the incarnation…”: Musings on Karl Barth’s Actualistic Theological Ontology’. Opnieuw werden de kernbegrippen unio, communio en communicatio afgewogen. In een enorme voetnoot van drie pagina’s (!) zette hij zijn eeuwige strijd voort met George Hunsinger, die zelf helaas niet kon deelnemen aan de consultatie. Kernpunt van zijn verhaal was, dat het gebeuren van de incarnatie alleen vanuit de Heilige Schrift begrepen kan worden en niet vanuit een of ander standpunt daarbuiten. Het Bijbelse incarnatieverhaal moet de christologie bepalen en daarmee dus ook de Godsleer. En dan wordt het spannend, zo bleek in de discussie. Want (aldus McCormack): je kunt geen echte communicatio bedenken tussen God en mens in de Godmens Jezus Christus, als je blijft vasthouden aan de onveranderlijkheid en de eenvoud (simplicity) Gods. Ook moet je Gods vrijheid anders gaan definiëren: als uit de Schriften blijkt dat God een keuze maakt om op een bepaalde manier te handelen, dan legt Hij zich daarop vast. Neemt Hij daarmee afstand van Zijn absolute vrijheid? In zekere zin.

Een beter mens dan voorheen? – Heiliging

Aan het einde van de discussie werd er een ander interessant punt aangesneden. De vraag werd ingebracht door PhD-studente Cambria Kaltwasser: in hoeverre laat de theologie van Barth ruimte voor een daadwerkelijke verandering van een mens? McCormack antwoordde dat ‘bekering’ bij Barth gaat om het krijgen van een nieuwe oriëntatie in je leven, niet om het worden van een ‘beter’ mens. ‘Ik heb nog nooit een vergoddelijkte christen gezien!’ zei hij, en voerde aan dat er in een bepaalde vorm van ascese misschien wat aan heiligheid te winnen valt (in het klooster bijvoorbeeld), maar dat het concrete leven, te midden van gezin, vrienden en werk, nu eenmaal zonde blijft kennen. Kaltwasser: ‘Heeft het dan nog zin om ethische overwegingen te maken?’ En Benno van der Toren: ‘Speelt de Heilige Geest geen heiligende rol?’ – we zijn er nog niet over uitgepraat!

Carnegie Lake

We dineerden in een Indisch restaurant, waar ‘spicy’ ook echt ‘spicy’ bleek. Daarna heb ik nog wat gedwaald over de campus van Princeton University en in de hitte van de avond uitgekeken over Carnegie Lake. Het is heerlijk hier. Maar ik benijd Cambria en David wel een beetje, die ’s avonds gewoon terug kunnen gaan naar hun gezinnetje.

Princeton – dag 3 (zondag 23 augustus)

De Nederlandse delegatie werd zondag veel te vroeg wakker – vanwege de jetlag – zo rond de klok van 04:00 uur. En zo kwam het, dat er die zondagochtend in Princeton veel uit de KD gelezen werd, buiten op een bankje of binnen op bed.

Nadere Reformatie

Als keurige Veluwse jongen ben ik groot geworden met de zondagsrust als een gegeven. Op zondag ga je naar de kerk, en verder doe je niet zoveel. Ik weet nog wel, dat mijn ouders op zondag ook geen tv keken – hoewel sinds enkele jaren Studio Sport de strijd toch heeft weten te winnen.

In Princeton zitten de eetgelegenheden en barretjes op zondagochtend net zo vol als op vrijdagavond. Het is hier even druk op de weg als op iedere andere dag, en ook op het seminarie is er gewoon baliepersoneel aanwezig, de zondagse editie van de New York Times ligt bij de koffiebar, en is de bibliotheek gewoon geopend. De Nadere Reformatie heeft hier blijkbaar geen invloed gehad op het zondagse leven.

Professor Muis had een kerk uitgekozen waar we naartoe zouden gaan: de Witherspoon Street Presbyterian Church, vanouds een zwarte kerk in de zwarte wijk van Princeton. Net als in de meeste Nederlandse PKN-kerken was er in de kerkzaal genoeg plek om languit op de bank te liggen – ook in de Verenigde Staten lijdt de volkskerk onder verregaande secularisatie.

De preek werd gehouden door rev. Melissa Moore, een jonge, blanke predikante die eens in de zoveel tijd in Witherspoon preekt. Als nieuwkomers werden we uitgenodigd om tijdens de dienst op te staan en te vertellen wie we waren. We werden van harte welkom geheten en na afloop van de dienst was er een heerlijke lunch in de zaal achter de kerk. Daar heb ik lange tijd gesproken met Verita, een Afro-Amerikaanse (als dat de politiek correcte term is, ik hoop het) jongedame, werkzaam aan de universiteit en afkomstig uit North Carolina. Ze was heel open over hoe ze de gebeurtenissen in Charleston had ervaren, en ook hoe het is om als zuiderling in Princeton te wonen en te werken. Ze kon hier goed aarden, maar had wel het idee dat sommige Princetonians intellectueel gezien wat op haar neerkeken omdat ze – als zuiderling – nu eenmaal wat langzamer praat dan de meeste mensen hier, die over het algemeen uiterst bijdehand en spreekvaardig zijn. Alsof snelheid van spreken samenvalt met snelheid en kwaliteit van denken…

Sessie 1: Christus’ weg in den vreemde

’s Middags hebben we de eerste sessie gehouden van onze consultatie. Locatie: het Barth Center, de droom van iedere Barthonderzoeker. Kait en Nathan Maddox hebben inmiddels een kopie bemachtigd van ongeveer de helft van alle artikelen die ooit (!) over Barth geschreven zijn. Dat zijn er zo’n tienduizend, en die staan allemaal keurig geordend in mappen tegen de muur van het Barth Center. Kait heeft postkaarten laten maken met afbeeldingen van de grote meester erop, afkomstig uit een audio-visueel archief dat vele honderden afbeeldingen bevat. Kun je zo meenemen!

Bruce McCormack, die ik in Kampen, Amsterdam en Driebergen wel eens heb ontmoet, zat de eerste sessie voor. Rinse Reeling Brouwer hield een inleidend verhaal over de ontwikkelingen in Barths christologie tussen grofweg 1920 en 1968 – een enorme opgave, aangezien de gehele KD zelf al het karakter heeft van een christologie! Daarna hield Christophe Chalamet een verhaal over §59.1 van de KD, ‘Der Weg des Sohnes Gottes in die Fremde’, waarin Barth beschrijft hoe God de Zoon het menszijn op zich neemt en daarmee iets doet wat ‘nieuw’ voor Hem is – maar kun je eigenlijk wel spreken van ‘nieuw’ als God intrinsiek zo is, namelijk als Iemand die Zichzelf geeft? Is er sprake van kenose, en zo ja: in welke zin?

Onbegrip

Tijdens de discussie na de lezingen merkte ik dat ik niet alles meteen begreep. Cambria, een promovenda van Princeton, had gelukkig dezelfde ervaring, zo bleek tijdens het diner. Navraag bij Rinse wees uit dat veel discussies al zo’n vijftien jaar lang (!) spelen, en dat het dus niets is om mij voor te schamen omdat ik die vijftien jaar voorkennis mis.

Het diner vond plaats in een Italiaans restaurant. Het eten was heerlijk (en dat maakte dat ik eigenlijk iets teveel gegeten heb), en het gezelschap aangenaam. Morgen de grote dag: dan moet ik mijn eigen paper gaan presenteren!