Categorie archief: Geen categorie

Princeton – PThU Consultation – dag 1 (8/21/2015)

Professor Gijsbert van den Brink verwisselde onlangs zijn aanstelling aan de PThU voor een professoraat aan de VU. Nu is het nooit leuk om een zo begaafde collega te zien vertrekken, maar in dit geval had het voor mij toch ook een aangenaam gevolg: in plaats van Van den Brink mocht ik, als eenvoudige promovendus, dit jaar mee met de Nederlandse delegatie naar Princeton New Jersey, voor de tweejaarlijkse Princeton Amsterdam/Groningen Consultation – Voorheen de Princeton – Kampen Consultation.

Er zat wel een voorwaarde aan vast: ik moest een paper voorbereiden en dat paper presenteren, te midden van diverse weledelgeleerde hoogleraren. De te behandelen tekst en het onderwerp van de lezing lagen al vast: het moest gaan over paragraaf 59.2 uit Barths Kirchliche Dogmatik, ‘Jesus Christus, der Richter als der an unserer Stelle Gerichtete’, of zoals ze dat hier in Engels zeggen: ‘Jesus Christ: The Judge judged in our place’. Onderwerp: rechtvaardiging.

Nu heb ik de afgelopen twee weken verlof gehad van mijn werkzaamheden als predikant, en heb ik mij dus nagenoeg volledig kunnen storten op het verhaal dat ik komende maandagmiddag moet gaan houden. In overleg met mijn begeleider, Rinse Reeling Brouwer, heb ik ervoor gekozen om Barth’s tekst te koppelen aan Breukelmans uitleg van de gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht (Mattheüs 18:23-35). Het heeft de nodige hoofdbrekens gekost, maar op de dag voor vertrek was het af en vertaald en verzonden. Overmorgen is de grote dag…

IJsland

De afdeling Financiën moet tegenwoordig op de kleintjes letten, en daarom vlogen de professoren Rinse Reeling Brouwer, Jan Muis en Benno van den Toren en ik met Iceland Air via IJsland naar Amerika. Van IJsland hebben we natuurlijk helemaal niets gezien, maar het schijnt dat er vreemde dingen aan de hand zijn op het eiland. Zo wonen er bijvoorbeeld slechts 320.000 mensen. Van die mensen wordt bijgehouden welke religie ze aanhangen. Wat blijkt? Zoals je mag verwachten van een volkskerk, doet de Evangelisch-Lutherse Kerk het er goed. 85% van de mensen noemt zich Lutheraan. Opvallender is dat ongeveer 1 op de 100 IJslanders zichzelf beschouwt als aanhanger van Ásatrú, een geloof dat zich baseert op de oude Germaanse religie. Met Muis en Reeling Brouwer in ons midden ging het natuurlijk al snel over Edda en Thora, het boek van Miskotte waarin hij beschrijft hoe Christendom, Jodendom en Heidendom zich volgens hem tot elkaar verhouden. Helaas is het er niet van gekomen om een IJslander eens stevig aan de tand te voelen over zijn geloofsvoorstellingen.

Grenscontrole

New_York_skyline2-402x184[1]Om 11:45 uur waren we op Schiphol, om 15:00 uur op IJsland, en om 19:00 uur in New York. Dat klinkt goed, maar dat is het niet. Intussen waren er namelijk 6 extra uren verstreken: toen we aankwamen was het eigenlijk 01:00 uur ’s nachts, Hollandse tijd. Bovendien: twee keer stijgen, twee keer landen, bestemming: New York… en ik heb mijzelf, helaas, na 11 september 2001 een milde vorm van vliegangst aangepraat. Vervolgens moesten we nog door de douane. Bij de controle kneep ik ‘m nog even. ‘Wist u dat uw paspoort bijna verloopt, meneer?’ ‘Ja, dat wist ik.’ ‘Wist u dat uw paspoort nog zes maanden geldig moet zijn na aankomst?’ – Nee, dat wist ik niet… Gelukkig zag ik er heel betrouwbaar en vredelievend uit, en mocht ik het Land van de Onbegrensde Mogelijkheden gewoon binnengaan.

Toen moesten we overigens nog een uur met de trein naar Princeton en een stukje met de taxi. Tegen half tien ’s avonds (= 03:30 uur Hollandse tijd) lagen we eindelijk op bed. Maar: ik leef nog, we leven allemaal nog, en zelfs de bagage is veilig overgekomen. En nu? Aan de studie!

Citaat van de dag

SAMSUNGDe verhouding tussen Miskotte enerzijds en Breukelman en de Amsterdamse School anderzijds is nagenoeg in kaart gebracht. Nog 300 pagina’s Om het levende Woord (1948) verwerken, en de pagina over K.H. Miskotte is af. Dat vieren we met een citaat uit datzelfde boek (p. 77-78):

‘Het sola fide is correlaat met het solo Verbo; wij hebben geen toegang tot de heilige historie dan via de Schrift, de heilige historie is in de Schrift ingegaan en vervat, zij is | nergens present voor ons dan in het Woord, d.i. in het dabar, het sprekende, ons ontmoetende, roepende, zegenende woord. De daden Gods, de heilsfeiten, of hoe men het noemen wil, komen in ons leven en raken ons hart krachtens de werking van het Woord. Daarom is het ‘Schriftprobleem’ zoo klemmend; daarom is het begrijpelijk, dat men de leer van het testimonium beurtelings als onneembare citadel en als zeer kwetsbare achillespees van het reformatorisch geloof heeft beschouwd.’

Heb een mooie dag!

De vader der vaderen

In de aanloop naar een artikel over de ‘Bijbelse theologie’ van de Amsterdamse School (met focus op Breukelman) heb ik teruggegraven naar de eerste beginselen van de ‘Amsterdamse’ exegese. Dan kom je uit bij Juda Palache, een groot Joods geleerde die gedoceerd heeft aan de UvA.

Juda Palache (1886-1944)

Juda Palache (1986-1944)
Juda Palache (1986-1944)

Jehuda Lion (Juda) Palache werd te Amsterdam geboren op 26 oktober 1886 als kind van de Amsterdamse opperrabbijn Isaac Palache (1858-1926) en Judith Spinoza Catella Jessurun. In 1917 trad hij in het huwelijk met Sophia Wilhelmina de Pinto. Ze kregen een dochter en twee zoons. In 1914 deed hij zijn kandidaatsexamen te Leiden (semitische talen). In 1920 werd hij leraar aan het Leids gymnasium en in 1924 hoogleraar ‘taal- en letterkunde der Semietische Volken, de Israëlitische Oudheden en de uitlegging van het Oude Testament’ aan de Universiteit van Amsterdam. Aanvankelijk werd er bezwaar ingebracht tegen een aanstelling van deze joodse man, die een functie zou gaan hebben in de opleiding van protestantse predikanten. De bezwaren bleken ongegrond en Palache bekleedde zijn leerstoel tot 1941. Toen werd hij ontslagen vanwege de anti-joodse verordeningen die opgelegd waren door de Duitse bezetter. In 1944 werd Palache met zijn vrouw naar Theresienstadt gedeporteerd. Samen werden ze op 18 oktober 1944 in het Poolse Auschwitz vermoord.

De Bijbel uit het hoofd

Palache was buitengewoon goed thuis in de geschriften van het Jodendom. Zijn opvolger professor M.A. Beek memoreert in zijn artikel ‘Verzadigingspunten en onvoltooide lijnen in het onderzoek van de oudtestamentische literatuur’:

“Voor Buber en Rosenzweig was het horen een vanzelfsprekende zaak, zo goed als voor mijn voorganger in Amsterdam, de joodse geleerde Palache, die de gehele Biblia Hebraica uit zijn hoofd kende.”

Daarnaast was hij gespecialiseerd in de semitische literatuur (met name het Arabisch), en dat bracht hem ertoe een bijzondere visie op de oudtestamentische vertelkunst te bepleiten in zijn inaugurele rede uit 1925, ‘Het karakter van het oud-testamentische verhaal’.

De Bijbel als verhaal

In zijn inaugurele rede zet hij drie belangrijke stappen voorwaarts in de studie naar het Oude Testament:

  1. Palache las de Bijbelverhalen als oud-oosterse verhalen van een bepaald genre, en vergeleek die met parallellen in andere oud-oosterse literatuurbronnen. Hij kwam tot de conclusie dat het verhaal een geliefde vorm was in het oude Oosten om gedachten over te brengen. Hiermee kiest Palache voor een literaire benadering en zet hij de historische benadering op het tweede plan.
  2. In de jaren twintig van de vorige eeuw was het gangbaar om het Oude Testament historisch-kritisch te benaderen. Palache merkte daarbij op dat er naast de ontstaans-geschiedenis van een tekst ook een bestaans-geschiedenis is. De teksten zelf hebben ook een eeuwenlange historie. Palache schetst een lijn van verhaal naar traditie naar werkelijkheid (‘Het karakter van het oud-testamentisch verhaal’, 31-32).
  3. Palache veronderstelt dat de Bijbelschrijvers of -redacteuren de hun aangereikte teksten niet klakkeloos hebben overgeschreven. Ze hebben een behoorlijke zelfstandigheid gehad in het vormgeven van de teksten en de teksten ook omgevormd ‘vanuit het gezichtspunt van een bepaald idee’. Daarmee komt een belangrijke premisse van historisch-kritisch onderzoek onder vuur te liggen: de overlevering van de teksten is zélf is creatief en geeft niet zo getrouw mogelijk de teksten van het voorgeslacht door aan volgende generaties.

Palache en de Amsterdamse School

In één oogopslag is duidelijk dat deze drie punten grote gelijkenis vertonen met de uitgangspunten van de Amsterdamse School. De focus ligt niet zozeer op de voorgeschiedenis van een tekst, maar op de tekst zelf. Nauwkeurige bestudering van deze teksten maakt vervolgens duidelijk dat de teksten met een bepaalde doelstelling zijn geschreven. Breukelman zou zeggen: ze zijn vormgegeven met het oog op de verkondiging.

Toch zou het programma van Palache pas onder het professoraat van M.A. Beek (1909-1987) echt uitwerking krijgen. Beek was de opvolger van Palaches opvolger, ds A.W. Groenman, die er niet voor terug had gedeinsd om op 5 januari 1942 de vrijgekomen leerstoel van Palache tot 1945 te bezetten.

De secundaire literatuur in kaart gebracht

Overflowing-BookcasesDe afgelopen maanden heb ik weer veel nieuw materiaal kunnen verzamelen over de theologie van Frans Breukelman. In het literatuuroverzicht heb ik veel nieuwe titels opgenomen. Ook de lijst van primaire literatuur heb ik beschikbaar gesteld.

U zult begrijpen dat ik niet alle literatuur zomaar beschikbaar kan stellen, omdat er auteursrechten op rusten. Maar ik hoop dat het voor geïnteresseerden een handzaam overzicht biedt voor nadere verdieping.

Jezus van N.

Apetrots op mijn artikel over Barths beschrijvingen van Jezus in de nieuwe Interpretatie – maar wat doet dat hondje daar?!

G. van Zanden, 'Jezus van Nazaret als politiek en sociaal-economisch hervormer. De (on)bruikbaarheid van Karl Barths 'gelassener Konservatismus'', Interpretatie 22/1 (2014), 8-11
G. van Zanden, ‘Jezus van Nazaret als politiek en sociaal-economisch hervormer. De (on)bruikbaarheid van Karl Barths ‘gelassener Konservatismus”, Interpretatie 22/1 (2014), 8-11