Categorie archief: Voortgang onderzoek

De Tweede Fase

2016-07-09-KRK2-pthu-4-FC-V-webVanochtend en vanmiddag heb ik met Rinse Reeling Brouwer een voortgangsgesprek gehad. Op twee manieren markeerde het de afsluiting van een tijdperk.

1. Het einde van de eerste fase

In de eerste plaats konden we vaststellen dat ik vrijwel alle voorwerk voor het proefschrift uitgevoerd heb. Het komt er als volgt uit te zien:


“Bij het begin beginnen”

  • Inleiding + biografie Breukelman
  1. De Bijbelse theologie van Breukelman
  2. Breukelman en Barth – de bijdrage van Breukelman aan de Systematische Theologie
  3. Breukelman en bevinding – de bijdrage van Breukelman aan de kerk
  4. Breukelman en de Amsterdamse School – de bijdrage van Breukelman aan de Bijbelwetenschappen
  • Conclusie, evaluatie, vragen voor nader onderzoek

Vier deelonderzoeken dus, die nu alle uitgevoerd zijn. Mijn bevindingen van deelonderzoek 2 en 4 zijn al ergens gepubliceerd:

  • G. van Zanden, ‘”I forgave you all that debt…” Breukelman’s Explanation of the Parable of the Unforgiving Servant (Mt 18:23-35) Compared with Barth’s Doctrine of Substitution’, Zeitschrift für dialektische Theologie 32/1 (2016), 136-162.
  • G. van Zanden, ‘De Bijbelse theologie van Frans Breukelman in Amsterdamse context’, in: Amsterdamse Cahiers voor de Exegese van de Bijbel en zijn Tradities 30 (2015), 37-52.

Nu mikken Rinse en ik erop om ook 1 en 3 geplaatst te krijgen. Met vier gepeerreviewde artikelen zou mijn proefschrift moeten staan als een huis.

2. Het einde van mijn aanstelling

De drie jaren halftijdsaanstelling aan de PThU zitten erop. Per 1 september ben ik buitenpromovendus en ga ik weer voor 70% van de volledige werktijd als predikant werken in Pesse. Dat er zicht is op voltooiing maakt dat werkbaar. Binnen een jaar moet het toch wel af te ronden zijn? Toch?

Eerst ga ik alle materiaal bundelen en toesturen aan Klaas Spronk, mijn tweede begeleider. En dan vrolijk verder timmeren aan de weg die mij ‘geleerd’ moet maken.

Onvoorziene omstandigheden

Zoals u kunt lezen in het voorgaande bericht, zou ik in het weekend na de Paasdagen naar Praag gaan om een paper te presenteren over Breukelmans interpretatie van Genesis 27.

Daar is niets van terecht gekomen. Op 29 maart werd er namelijk een zoontje geboren: Abel.

DSC01689

Abel, onze ‘eersteling’, die misschien ook wel de ‘gezegende’ zal blijken te zijn. Gelukkig was professor Klaas Spronk zo vriendelijk om, terwijl ik in Pesse tussen de luiers zat, in Praag mijn bevindingen aan het internationale genootschap te presenteren. Voor de geïnteresseerde hier een Nederlandstalige versie van mijn paper: ‘Jakob kruipt in Ezaus huid. Genesis 27 uitgelegd door Frans Breukelman.‘ Ik heb onder andere gebruik gemaakt van deze bronnen:

Promoveren in de pastorie

kerk_pesseDe afgelopen maanden is er veel veranderd.

Ik ben op 13 januari jongstleden predikant geworden en voor 0.7 fte (70% werktijd) verbonden aan de Protestantse Gemeente i.w. in het Drentse Pesse.

Op 28 februari werd mij bekend gemaakt dat er een vacature kwam voor een plaats aan de Protestantse Theologische Universiteit als assistent in opleiding (aio). Werktijd: 1.0 fte (100%). Daarop heb ik gesolliciteerd, in de hoop dat er ook een vorm gevonden kon worden om aio te zijn in 0.3 fte (30%).

Ik werd uitgenodigd om op 27 maart op gesprek te komen in Amsterdam. Tot mijn groot genoegen hadden de commissieleden zich goed ingelezen in mijn voorstel en men was op de hoogte van het vele werk dat ik in mijn halfjaarsaanstelling verricht had.

Op 3 april belde de rector van de universiteit. Eén van de 3 kandidaten was afgevallen. Dat was het goede nieuws. Het slechte nieuws: het College van Bestuur twijfelde ernstig aan een deeltijdsaanstelling als aio. In het verleden heeft men dat nooit gedaan, omdat eraan getwijfeld werd of het ooit goed zou komen met zo’n promotietraject in deeltijd. In ieder geval zou het voor mij uitdraaien op werktijdvermindering voor mijn predikantswerkzaamheden.

Op 5 en 8 april met lood in de schoenen contact gelegd met mijn collegapredikant en met de voorzitter en scriba van de kerkenraad. Ik heb ze verteld wat er speelde en uit de doeken gedaan wat mijn motivatie geweest was om te solliciteren. Behalve de wil om door te studeren weegt de financiële factor zwaar: met de relatief hoge (vaste) lasten van twee huishoudens, die van mijzelf en die van mijn studerende aanstaande, is rondkomen van 70% oncomfortabel. Om niet te zeggen: onmogelijk. Zonder neveninkomsten zit je onder bijstandsniveau.

Op 11 april een e-mail van de rector. Misschien was er tóch een mogelijkheid om tot een deeltijdsaanstelling te komen. Maar dan voor 0.5 fte (50% werktijd) voor de duur van 3 jaren. En ik moest tijdelijke werktijdvermindering vragen bij de kerkelijke gemeente.

Op de kerkenraadsvergadering van 22 mei heb ik verteld over mijn plannen. Bij de kerkenraadsleden voelde je een mengeling van gevoelens die ik zelf ook had, en eigenlijk nog steeds heb. Enerzijds: wat een prachtige kans! Anderzijds: wat jammer dat het uitdraait op werktijdvermindering voor de kerkelijke gemeente… Maar de kleine kerkenraad stemde unaniem vóór. Er moest een voorstel komen en een nieuw werkplan om voor te leggen op de eerstvolgende grote kerkenraadsvergadering.

Die vergadering vond op 19 juni plaats. Gisteren dus. Na uitvoerig beraad heeft de raad besloten om akkoord te gaan met werktijdvermindering voor de duur van 3 jaren naar 0.5 fte (50%) voor mijn predikantswerk. Dat betekent dat ze mij per 1 september aanstaande de mogelijkheid gunnen om te promoveren in de pastorie.

Honderd procent in de praktijk

Voor mij geeft het de ideale mogelijkheid om werk en studie te combineren. Voor mijzelf zal er in de praktijk niet zoveel veranderen. Net als nu kan ik voortaan ’s ochtends studeren en ’s middags en ’s avonds predikantswerk doen. In de gemeente schakelen we op bepaalde punten externe hulp in, bekostigd met middelen die vrijkomen door mijn werktijdsvermindering. De werkdruk wordt voor mij dus iets lager. De kerkelijke gemeente van Pesse zal ik blijven ondersteunen (‘dienen’) waar ik kan.

Ook gevoelsmatig zal er niet zoveel veranderen. Ik ben nog steeds 100% dienaar des Woords en ik voel me 100% op mijn plek hier, midden tussen de mensen van Pesse, Fluitenberg en Stuifzand.

De laatste dag (evaluatie)

Vandaag is de laatste werkdag aangebroken van mijn halfjaar ‘medewerker onderzoek’. Vanaf maandag geen treinreizen meer, geen collegae in de wandelgangen en bakjes slappe koffie.

Ik had mij ten doel gesteld het afgelopen halfjaar het volgende te doen:

  1. de Bijbelse theologie van Breukelman systematisch en historisch in kaart brengen
  2. formulering deelvragen uitwerken (specifieke literatuur en methodische overwegingen per deelvraag)
  3. exacte planning maken voor december 2012 – mei 2016 in blokken van 6-9 maanden
  4. beginnen met het houden van interviews
  5. analyse van de catalogus van Breukelmans privébibliotheek

1, 3 en 4 heb ik volledig uitgevoerd (vandaag een laatste interview met Jan Muis), 2 ten dele en 5 is afgevallen. In plaats van de wording van de theologie van Breukelman ben ik mijn blik vooral gaan richten op de context en de doorwerking van zijn theologie. Je kunt tenslotte niet alles doen.

De komende twee maanden staan in het teken van verhuizing en bevestiging en intrede als predikant in het Drentse Pesse. Ik kijk er erg naar uit en hoop dat er een deeltijdsaanstelling als onderzoeker voor mij in het verschiet ligt. In april hoor ik het.

Loodrecht van beneden

Zojuist liep ik Wessel ten Boom, de gevreesde eindredacteur van het theologische tijdschrift In de Waagschaal, tegen het lijf. Hij had de jongste IdW bij zich, met daarin een artikel van mijn hand over ‘het verband tussen biografische ontwikkelingen en theologische voorkeur’, gebaseerd op de biografieën en theologieën van Karl Barth en Frans Breukelman. Bij beiden herleid ik de theologische voorkeur tot bepaalde persoonlijke ervaringen. De beide Wereldoorlogen laten diepe sporen na in hun theologie. Breukelman had bovendien te kampen met een ernstige ziekte in zijn familie. Voor beiden was het (daarom?) uitgesloten dat de gegeven werkelijkheid een bron van Godskennis zou zijn. In de traditie van Barth en Breukelman moet God van elders komen, senkrecht von oben. En wij bidden tot God, senkrecht von unten, dat dat werkelijk moge gebeuren. Meer kunnen we niet doen – maar gelukkig wordt er ook niet meer van ons gevraagd.

G. van Zanden, ‘Senkrecht von unten. Over het verband tussen biografische ontwikkelingen en theologische voorkeur’, In de Waagschaal 41/10 (13 oktober 2012), 17-21

Een ingekorte versie van het artikel is online verschenen: G. van Zanden, ‘Jeugdervaringen Breukelman bepalend voor zijn theologie?‘, op: www.hetgoedeleven.com (geplaatst 17 oktober 2012).